Lieve mensen,
Stel je eens voor een dorp telt duizend inwoners. Van die duizend waren er drie honderd stinkend rijk en zeven honderd straatarm. Die rijken kregen elke dag drie kilo eten en die andere zevenhonderd moesten elk met één ons zien rond te komen. Dat dorp is onze wereld: 94 procent van alle goederen is van het Rijke Westen, zes procent is van die arme kant van onze wereld. Zolang het zo slecht verdeeld is, kan er geen echte wereldvrede komen.
Ja kan wel stellen dat het sinds de tijd van Amos nog niet zo heel veel is veranderd. Namens God gaat hij tekeer tegen de rijken vna zijn tijd. Ze knoeien met maten en gewichten om de graanprijs kunstmatig hoog te houden. Zo werden de vele armen in zijn tijd de speelbal van de rijken. Zo, vond Amos, kon er nooit een samenleving groeien die God voor ogen stond, zo zou er nooit vrede kunnen groeien.
En die kritiek is niet tijdgebonden, integendeel, hij is brandend actueel in onze tijd, een tijd van mensenhandel, volkerenmoord en brutale strijd tegen iedereen die zich durft in te zetten voor mensenrechten, voor een gezonde natuur en milieu.
Jezus gaat zelfs nog een stap verder. Hij zag dat geld iedereen in zijn greep kon krijgen en dat goedheid en eerlijkheid vaak moesten wijken voor eigenbelang. Hij laat zien dat geld en bezit ons kan verblinden. Je kunt niet tegelijk God dienen en de mammon, het geld. Het een trekt ons naar boven, naar God, naar zorg en liefde voor elkaar. Het andere trekt ons naar beneden, naar egoïsme en eigen belang. Daarover gaat de parabel van de onrechtvaardige rentmeester. Het door zijn Heer aan hem toevertrouwde bezit heeft hij verbrast en opgemaakt. Wanneer hij voelt dat hij buiten gegooid gaat worden, gaat hij knoeien met de schuldbekentenissen van mensen die bij zijn baas in het krijt staan. Met hen gooit hij het op een akkoordje en maakt hen zo tot zijn vrienden. Als hij straks buiten staat, dan kan hij bij hen aankloppen. De ene dienst is de andere waard. Jezus prijst wel de rentmeester om zijn sluwheid, maar eigenlijk wil Hij zeggen: kijk eens hoe slim mensen soms zijn als het gaat om geld, bezit en voordeel.
Moeten wij dan geld en bezit afwijzen? Nee, want ze zijn nodig om te leven. Maar de vraag is: wat doe je er mee? Wie of wat staat in jouw hart op de eerste plaats? Geld kan ook een middel zijn om goed te doen, om anderen te helpen, om relaties op te bouwen. Maar als het geld een doel op zich wordt, gaat het ons leven beheersen, en dat maakt ons arm van binnen. Je moet het niet gebruiken om vrienden te maken. Maar om gul te zijn, door te delen, door mensen in nood te helpen. Dan wordt je bezit een instrument van liefde. Dan kom je dichter bij het Rijk van God, het rijk van gerechtigheid en vrede.
En dan komt de vraag: welke mensen zijn wij? Zijn wij allemaal net een beetje uitgekookt? Willen wij af en toe ook niet een voordeeltje pakken als het ons uitkomt? Jezus vraagt van ons dat wij al onze talenten gebruiken om ze in te zetten voor het Koninkrijk Gods, het rijk waar Hij van droomt. En dat kun je nooit bereiken wanneer je twee heren wilt dienen, God of geld en goed. Is het geld of bezit ons de baas, of streven wij naar eerlijkheid en gerechtigheid? Zijn wij kinderen van het licht of van de duisternis?
Lieve mensen, laten we bidden dat god ons de wijsheid geeft om goed om te gaan met de gaven die Hij ons schenkt. Dat we slim en vindingrijk mogen zijn, niet uit eigen belang, maar om de liefde en de gerechtigheid te laten groeien. Dat wij werkelijk kinderen mogen worden van het licht.Amen.
Beuningen, 20 september 2025, Pastor Jan Kerkhof Jonkman
