Beste mensen,
Jezus zegt: vanaf het moment, dat Ik iets in je leven ga betekenen, beteken jezelf iets. Straal jezelf iets uit, Je mag zijn wat Ik ben : zout en licht; geen zoutzakken of schemerachtige figuranten.
Zout reinigt en zuivert, weert bederf, heeft een bewarende kracht, maar het mag niet klonteren, dan doet het niets. Het dient overal in door te dringen, zonder dat we het nog kunnen onderscheiden. Het is opgegaan in wat het dient te bewaren; dienstbaar geworden. Zo ziet Jezus de geloofsgemeenschap. Het gaat Hem er niet om dat we waar dan ook samenklonteren, maar dat we smaakmakers zijn. Er zijn voor anderen, pittig, kritisch. Geen meelopers, maar meedenkers en meedoeners , daar waar het erop aankomt. Waar we dat doen, wordt iets zichtbaar van Gods barmhartigheid.
Sinds Pasen brandt tot Pinksteren tijdens de vieringen in onze kerken de Paaskaars : Het Licht van Christus. Dat licht mogen we ontvangen. Dat licht mogen we doorgeven aan mensen om ons heen: troostend, bemoedigend. We zijn het licht van de wereld als we het Licht van Christus opvangen en weerkaatsen.
Als we het zout der aarde en het licht der wereld zijn, dan zijn wij mensen die voor de ander in nood klaarstaan. Mensen die eerlijk zijn; mensen die verlangen naar vrede en recht. We staan niet op de voorpagina van de kranten en halen evenmin het nieuws op de TV, maar proberen wel teken te zijn van de Schepping, zoals God die bedoeld heeft.
Pastoor Theo H.P. Munsterhuis
