Lieve mensen,
We zitten nog midden in de vakantietijd en velen van ons zijn er op uitgetrokken om te genieten van de natuur, de cultuur en gewoontes in andere landen of werelddelen. Maar het is niet alleen om iets nieuws te zien, om iets te ontdekken, maar ook om er even uit te zijn. Om even verlost te worden van de dagelijkse drukte, van je werk, je collega’s, eigenlijk zo’n beetje van alles. En dat mondt ook uit in tijd om te breken en te delen. Want vakantie mag niet zo zijn dat we ons in onszelf afsluiten, alleen aan onszelf denken. Het zou een tijd moeten zijn waarin we open staan en meeleven met onze medemensen. Een tijd van plezier delen, maar ook oog hebben voor pijn en verdriet. Een tijd waarin we ook voor onze medemens veel goeds kunnen opbrengen, hen kunnen laten delen in het overschot wat wij hebben. De eerste Lezing en het Evangelie van vandaag geven ons daarin het goede voorbeeld.
Zo zegt Jesaja, de profeet: Houd nu eens op met je geluk te zoeken in dingen waarvoor je geld moet betalen. Hier zijn wijn en melk, en het kost niets. Waarom zou je werken voor iets wat jou niet voedt. Zo zijn er velen, die bijvoorbeeld banken en financiële instellingen werken en zwoegen voor iets dat totaal geen verbetering oplevert voor de samenleving, zwoegen voor iets dat niets toevoegt aan de kwaliteit van leven. Luister liever naar wat God u te zeggen heeft en dan pas wordt je echt verzadigd. Dan pas zul je echt gaan leven.
En daarbij lijkt hij een lijntje te leggen naar het Evangelie, naar het verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. De leerlingen drongen er bij Jezus op aan: Stuur die mensen toch weg, want straks hebben we een probleem. Iedereen wil iets te eten, maar er is niets. Daarop zegt Jezus: Geef jullie ze maar te eten. En dan sputteren de leerlingen tegen Hem, want hoe zouden ze dat voor elkaar moeten krijgen. Kijk maar eerst even wat er nog voor eten is. En dan komen ze terug met vijf broden en twee vissen, een mondvoorraad voedsel dat een jongen nog bij zich heeft. Het lijkt alsof ze willen zeggen: “Zie je wel dat het niet lukt”. Maar Jezus vindt dat voldoende. En natuurlijk snapt iedereen wat onze taak is: Deel en breek met elkaar wat je aan voorraad nog hebt. Zo breekt Jezus de vijf broden en de twee vissen, laat ze uitdelen en dan blijken er nog twaalf manden vol voedsel over te zijn, genoeg om de hele aarde te voeden.
Zo werd in deze dagen getroffen door de gebeurtenissen in Cueta, Spanje, waar in één dag maar liefst 50.000 jongeren vanuit Marokko over de grens waren gegaan, op zoek naar brood, op zoek naar geluk, naar toekomst. Ik werd getroffen door het verhaal van één jongere die twee dagen in zee had gezwommen en zwei: Ik wil liever dood dan dat ik terug moet. En wat doen wij: wij sturen ze allemaal terug, Wij zijn blijkbaar niet in staat om ze een toekomst tre bieden. Wat is het toch dat wij niet in staat zijn de honger van zovelen in onze wereld te stillen, terwijl onze voorraadkelders en koelkasten uitpuilen van voedsel, dat we het liefst voor onszelf houden. Wat gooien we niet allemaal weg, voedsel waar anderen blij mee zouden zijn.
Ik heb jaren gewerkt op het verpleeghuis in Delden, daar werkten kloosterzusters die een grote tafel achter het Huis hadden staan, waar elke dag voedsel dat over was, uitgedeeld werd aan de armen uit de stad. Nu wordt het in de container gegooid.
Breken en delen luidt de boodschap van vandaag, deel van de voorraad die je zelf eigenlijk niet meer nodig hebt. Elk kind dat de Eerste Communie deed, en dit verhaal hoort, begrijpt het. Maar tegelijk is het moeilijk om het in praktijk te brengen, terwijl onze aarde voldoende voedsel levert om iedereen te voeden.
Maar aan de andere kant hebben wij met onze overvolle magen ook nog honger. Honger naar liefde, naar geluk, honger naar vrede, naar open en eerlijk met elkaar om te gaan. En de vraag is: hoe moeten we die honger stillen? Geven jullie hen maar te eten luidt de opdracht. Kijk maar eens om je heen wat je kunt vinden aan geloof en aan liefde. Laten we vooral met elkaar delen wat zelf nog in huis hebben aan geloof, aan hoop, aan liefde, aan vrede. Laten we daarmee elkaar voeden, want zo geven we elkaar te eten. Dan vermenigvuldigt het zichzelf.
Zo kunnen we met breken en delen veel bereiken, zelf overvloedig veel, zodat er nog overschot overblijft voor de kinderen en kleinkinderen en allen die na ons komen. Zo bouwen we aan Gods Koninkrijk, waar niemand meer honger of dorst heeft. Amen.
Noord Deurningen, Ootmarsum, Gerardus Majella, 1 / 2 augustus 2026,
Pastor Jan Kerkhof Jonkman
