Beste mensen,
De kracht van het gebed kunnen we niemand aanpraten, mensen
dienen dat zelf op het spoor te komen. De ene kan door gebed iets
volhouden, terwijl een ander zal zeggen: “ik bid de hemel naar
beneden, maar het helpt niets”. Daarbij dan de vraag: Haalt bidden
dan iets uit?
Wie bidt om te krijgen en te hebben zal dikwijls met lege handen
komen te staan. Wie bidt om te worden, om te kunnen zijn, om
te kunnen dragen die vindt gaandeweg gehoor.
Dat betekent: volharden in gebed, volhouden, niet opgeven, maar
leren geloven dat, wat ons ook overkomt, God nabij is, dat Hij ons
niet aan ons lot overlaat. Met name roept de H. Schrift ons op om
volhardend en eensgezind te bidden om de kracht van de H. Geest,
die ook Trooster en Helper genoemd wordt. Troost en hulp, daar
mogen we om bidden en ook om een mild, sterk, hoopvol of
dankbaar mens te worden of te zijn. Dat maakt van bidden ademen:
onze zorgen, lasten en vragen als het ware uitademen, waardoor er
ruimte komt voor een nieuwe kijk op onszelf, op anderen, op onze
levensomstandigheden; de ruimte om nieuwe moed in te ademen.
In ons gebed kunnen we alles kwijt, niet om God naar onze hand
te zetten, maar om mensen te worden en te zijn die gedragen
worden door Zijn Geestkracht. Dat uit- en inademen is van
levensbelang om niet geestelijk in ademnood te komen.
We horen mensen wel eens zeggen: “Bidden kan ik thuis ook“ .
Dan hebben ze daarin gelijk. Maar het kan ook heel goed doen om
ons persoonlijk gebed te verbinden met het gebed van de
geloofsgemeenschap.
De Geest wordt immers toch aan ieder van ons gegeven tot welzijn
van allen!
Pastoor Theo H.P. Munsterhuis
